Vandaag gaan we naar Oostenrijk. We gaan over de eerste mooie bergpassen: de Flexenpas en de Silvrettapas. Voor het eerst komen we boven de 2000 meter. We eindigen in Innsbruck.
De route is 381 km lang.
De landen die we vandaag aan doen zijn: Zwitserland en Oostenrijk.
Het hotel voor vandaag is Hotel Edelweiss – Insbruck in Oostenrijk.
Ons avontuur
Vanmorgen na het ontbijt, met nogal taaie broodjes, eerst maar de regenvoering in onze pakken gedaan. Het zou zomaar eens een paar spatjes kunnen gaan regenen.
Eerst kregen we een stuk snelweg door Zwitserland. Dat was nodig om in Oostenrijk te komen. In Oostenrijk zijn we gestopt voor koffie en thee in Dornbirn. Ook daar maar even getankt.
Even voor Lech, op de Flexenpas, brak het noodweer los. Na een lichtflits met gelijk een flinke donderklap recht boven ons hoofd, leek het ons verstandig om maar even te schuilen in Lech. Helaas was de koningin niet thuis…zal je altijd zien. Na een half uurtje was het weer aardig droog en zijn we verder gegaan. Aan de andere kant van de Flexenpas werd het echt droog, maar we reden nog door de wolken, wat uiteraard ten koste ging van de mooie uitzichten.
We begonnen op een gegeven moment toch een beetje trek te krijgen en zijn we gestopt bij een wegrestaurant om wat te fourageren. Daar is het vizier van mijn helm gesneuveld bij het afdrogen van de pinlock. Met behulp van secondenlijm is het weer gerepareerd. Hopelijk houdt hij het nog even uit…
Hierna was de Silvrettapas aan de beurt. Met veel mooie bochten en uitzichten. We hebben daar 2 fotostops gemaakt. Om het laatste stuk na de Silvrettapas in tweeën te delen, zijn we langs de kant nog even gestopt.
Vlak voor het hotel zijn we nog wezen tanken, zodat we morgen met een volle tank kunnen vertrekken. Dan staat de Grossclockner op het programma.
Via de Gerlospas gaan we vandaag naar de Grossclockner. Die schijnt supermooi te zijn, dus trekken we daar wat tijd voor uit.
Bij de Iselsberg komen we dan in Tirol, waar we neerstrijken in het plaatsje Lienz.Vandaag bereiken we bijna een hoogte van 2600 meter.
De route is 263 km lang.
We blijven vandaag binnen de grenzen van Oostenrijk.
Het hotel voor vandaag is Hotel Sonne – Lienz in Oostenrijk.
Ons avontuur
Het hotel waar we verbleven kreeg niet echt een 10. De douche was in een bad onder een schuin dak. Staan was geen optie en dat terwijl de hotelkamer behoorlijk groot was. Genoeg om met 4 personen te overnachten. Ook schijnt het voor hotels lastig te zijn om een goede combinatie te vinden tussen de scherpte van het bestek en de taaiheid van de broodjes. Maar ok, we noemen het motoravontuur…
We zijn vertrokken voor een rit naar de Grossglockner. Eerst moest er een klein uurtje snelweg overbrugd worden, voordat we ‘binnendoor’ gingen. De wegen door het dal waren rijtechnisch niet spectaculair, maar de omgeving met uitzicht op de bergen en rivieren, was fantastisch.
Maar op de Gerlospas dienden zich mooie haarspeldbochtjes aan en werd het rijden steeds leuker. Bij Almhotel Schönmoosalm zijn we gestopt voor de koffie/thee met apfelstrudel. We waren tenslotte in Oostenrijk…
Na de Gerlospas gingen we de Grossglocknerpas op. Ook weer bochten in een mooie omgeving, waar we diverse keren gestopt zijn voor wat foto’s. Bij de Grossglockner zijn we gestopt voor de lunch.
Na de lunch zijn we doorgereden naar het hotel. Dat was nog maar een klein uurtje. Voor de aankomst nog even getankt.
’s Avonds hebben we een klein deel van Lienz verkend en hebben we gegeten bij restaurant Adlerstuberl. We hebben daar heerlijk gegeten en we wilden nog wat ijs toe. De ober dacht dat we wel softijs wilden en dat leek ons geen slecht idee. Daarvoor moest het softijsapparaat wel eerst opgestart worden. Met veel kabaal kwam dat ding tot leven. De ober vroeg nog of we even geduld hadden. Dat hadden we wel.
Maar de tijd verstreek. De wijntjes raakten steeds op en dat apparaat bleef maar ratelen. Diverse obers liepen steeds naar het apparaat om te kijken of het goed ging. Uiteindelijk maar aan een ober gevraagd of het apparaat kapot was. Nee hoor, hij moet alleen even op temperatuur komen.
Uiteindelijk de moed maar opgegeven en afgerekend. Buiten zagen we dat de temperatuur van het apparaat 40 graden was. Dat leek ons wat aan de hoge kant. We hebben verderop maar ijs gehaald. Op de terugweg zagen we dat het softijs inmiddels een temperatuur bereikt had van 67 graden… Nog even een wijntje gedronken bij een bar vlak bij het hotel en toen was het tijd om de kamer op te zoeken. Er moest ook nog een blog gemaakt worden.
Na het ontbijt zijn we vertrokken voor een mooie rit door de Dolomieten.
De eerste fotostop was bij de Obersee, een mooi meertje voor de Italiaanse grens.
Bij de Italiaanse grens moesten we wachten op het stoplicht om de Passo di Stalle over te mogen. Hier is eenrichtingsverkeer. Het stoplicht laat 1 kwartier per uur verkeer door. Onze wachttijd was ongeveer een kwartier. Konden we mooi ff foto’s maken.
Het was er behoorlijk druk en toen we uit de drukte waren, zijn we gestopt voor koffie/thee met apfelstrudel.
Daarna kwamen we in de Dolomieten met zijn prachtige bergen. Bij een mooie plek voor foto’s, hebben we meteen maar geluncht.
Daarna waren er diverse fotostops, waaronder bij de Passo Perdoi. In dit gebied zijn we al eerder geweest voor een training met Moto-Sportivo. Herinneringen kwamen daar weer terug aan de leuke en gezellige groep waar we toen mee waren. Maar vooral ook aan Marcel, de organisator en vriend, die niet meer onder ons is…
Om even na 5 uur kwamen we bij het hotel aan. Na de douche hebben we ons tegoed gedaan aan pizza’s. We zijn tenslotte in Italië. Na een lekker glaasje wijn werd het uiteindelijk tijd om aan de blog te werken.
Morgen weer een mooie dag. We gaan weer naar Oostenrijk en uiteindelijk weer de Italiaanse grens over.
Van Italië naar Oostenrijk weer terug naar Italië. Bij de Timmelsjoch passeren we de grens van Italië naar Oostenrijk. Veel veel haarspeldbochten! We passeren een stuwmeer, waar nog een deel van een kerktoren boven water uit steekt, Lago di Resia.
De route is 277 km lang.
De landen van vandaag zijn dus Italië en Oostenrijk.
Vandaag ging de rit van Italië naar Oostenrijk en weer terug naar Italië.
We vertrokken na het ontbijt om onder andere de Jaufenpas en de Timmelsjoch te bedwingen.
Eerst moest er nog even getankt worden.
De eerste pas die we aan deden was de Penserjoch, waar we een paar mooie foto’s gemaakt hebben. Daarna was de Jaufenpas aan de beurt en meteen daar de koffie/thee pauze gedaan.
Na 3 kwartier rijden kwamen we nog langs een leuk riviertje waar we gestopt zijn voor wat foto’s. Daarna was de Timmelsjoch aan de beurt. Deze pas ligt precies op de grens van Italië en Oostenrijk. Ook hier weer wat plaatjes geschoten.
In het plaatsje Unterlängefield was het tijd voor de lunch. We wilden graag de kebabschotel hebben, zoals op het bordje vermeld stond, maar helaas was deze niet verkrijgbaar. Dan maar weer een pizza…
Onderweg zijn we nog even een zijweggetje ingereden, met weer een paar mooie bochten. Daar was een parkeerplaats met een mooi uitzicht op de Stuiben waterval.
Na de waterval hadden we een stukje van 20 km snelweg. Toen we van de snelweg af kwamen zijn we nog even gestopt om wat rust te pakken. Na zo’n intensieve dag dan wacht de man met de hamer als je zo’n saai stuk weg hebt. Maar daarna waren we er weer helemaal klaar voor.
Nog 1 stop voor we bij het hotel kwamen: de kerktoren in de Rechsensee. Het laatste deel wat bewaard is van een dorpje dat onder water gezet is bij het maken van het stuwmeer.
In het hotel was geen mogelijkheiud om te eten, dus zijn we verderop bij Roby Keller gaan eten. Het was er redelijk druk, zodat we bij de ingang een plek hadden. Recht onder een speaker, die nogal hard stond en vervormde, zodat we elkaar niet konden verstaan. Gelukkig gingen er mensen weg, zodat we ergens anders konden zitten. En al met al hebben we toch lekker gegeten.
Morgen gaan we naar de Stelvio! Dus weer een paar bochtjes rijden…
Vandaag is de dag van de Stelvio. Hopelijk is het niet zo druk. Misschien scheelt het dat het een doordeweekse dag is.
We komen via de Umbrailpas op de Stelviopas. Dat is ongeveer halverwege. Dus we volgen eerst de pas naar het oosten.
Dan keren we om en nemen de hele pas! Dit wordt ook een van de hoogste passen, die we gaan rijden. Zo’n 2800 meter.
Via de Berminapas in Zwitserland komen we in Livigno (Italië). Dat is een bijzonder dorp, omdat daar in de wet is opgenomen dat ze geen belasting hoeven te betalen. Aan de kosten van de hotels zie je dat niet terug, maar de benzineprijzen zijn daar spectaculair laag.
Vandaag was de Stelviopas aan de beurt. Het is een beroemde pas met ontelbare bochten.
Eerst moest na het vertrek nog even getankt worden. Via de Umbrailpas kwamen we ongeveer halverwege de Stelviopas. Een klein stukje verder was het hoogste punt:2760 meter. Helaas was het uitzicht beperkt door de laaghangende bewolking. Hier hebben we wat spulletjes gekocht, zoals t-shirts.
Daarna zijn we eerst aan de noordoostkant naar beneden gegaan. Met veel superscherpe haarspeldbochten. Die zijn technisch best te doen, maar ondanks dat we op een doordeweekse dag waren, was het toch redelijk druk. De spannendste momenten waren de momenten met tegemoetkomende motorrijders, die de bochtentechniek niet helemaal beheersen en bochten af sneden waar het niet moest.
Toen we bijna beneden waren begon het wat te regenen. Eenmaal beneden zijn we gestopt voor koffie/thee met apfelstrudel.
Daarna zijn we de hele Stelvio over gegaan. Dezelfde bochtjes weer terug. En intussen begon het steeds harder te regenen. Toen we voorbij het hoogste punt waren en het nog niet droog was, zijn we gestopt om de regenkleding aan te trekken. We vervolgden de Stelvio in de zuidwestelijke richting. Deze kant was beter te doen.
Toen we bij het plaatsje Titrano aan kwamen, begon het plotseling flink te waaien. Dus zijn we gestopt voor de lunch. Mooi op tijd want toen barste het noodweer los. Zelfs onder de luifel bleef het niet helemaal droog, maar we hebben er wel gegeten. Hoort bij het avontuur.
Maar gezien de weersomstandigheden besloten we de route in te korten. Dus de snelste weg naar Livigno.
Onderweg werden we nog wat opgehouden door wegwerkzaamheden. Er werden van de schuine kant stenen naar beneden geduwd die op het wegdek terecht kwamen. Dus moesten we wachten tot het opgeruimd was.
In Livigno zijn we eerst voorbij het hotel gereden om naar het stuwmeer te kijken. Tot onze verbazing was het voor het grootste gedeelte leeg en waren ze op de bodem aan het werk.
Op weg naar het hotel hebben we nog even getankt. Aangezien Livigno een bij wet geregeld belastingvrij stadje is, was de benzineprijs hier maar € 1,66!
’s Avonds hebben we in het hotel heerlijk gegeten en konden we weer terug kijken op een mooie dag. We hebben de Stelvio bedwongen!
Recente reacties